Dag 13 - Ademhaling

Onder ademhaling verstaan we alle processen, waarbij de mens uit de buitenlucht zuurstof opneemt en daarbij kooIdioxide (CO2) afgeeft, Dit proces is noodzakelijk voor het leven, Bij verbranding is zuurstof nodig en er ontstaat kooldioxide, waterdamp, warmte en energie.

Kooldioxide en waterdamp worden afgevoerd. In de natuur zorgen groene planten voor het verversen van de lucht. Dit doen ze door kooldioxide om te zetten naar zuurstof. De warmte is nodig om onze lichaamstemperatuur op peil te houden. De energie (ATP) is nodig voor spierarbeid en chemische arbeid (stofwisseling). Tijdens lichamelijke arbeid kan de longventilatie meer dan 25 maal zo groot worden. Dit is ook noodzakelijk; de spieren hebben immers bij arbeid veel meer zuurstof nodig.

De anatomie van de ademhalingswegen.
  1. neusholte
  2. mondholte
  3. keelholte (farynx)
  4. strottenhoofd (larynx)
  5. bronchioli (vertakkingen van de bronchus)
  6. longblaasjes
  7. sinus van de pleuraholte
  8. strotklepje (epiglottis)
  9. luchtpijp (trachea)
  10. hoofdbronchiën (links en rechts)
  11. boven- en onderkwab

Neusholte: Het ademen door de neus heeft verschillende voordelen.

De longventilatie is onder normale omstandigheden niet de beperkende factor voor lichamelijke prestaties. Meestal ligt de beperkende factor in de zuurstofopname in de spieren. We noemen dit de inwendige ademhaling. Dit is de uitwisseling van zuurstof en kooldioxide tussen het bloed en de cellen via de interstitiële vloeistof. De uitwendige ademhaling, de longventilatie, zorgt ervoor dat de ingeademde lucht in de longblaasjes terechtkomt. De lucht bevat circa 20% zuurstof dat in de longen wordt opgenomen in het bloed. De lucht die we uitademen bevat ongeveer nog 16% zuurstof. In het bloed wordt de zuurstof gekoppeld aan het hemoglobine van de rode bloedlichaampjes. In de spieren bevindt zich nog een hoeveelheid zuurstof die gekoppeld is aan het myoglobine. Samen met de hoeveelheid zuurstof in het bloed is dit goed voor ongeveer drie minuten. Als er hierna geen nieuwe zuurstof wordt aangevoerd, zal het zenuwstelsel beschadigd raken.

De mate van de opgenomen hoeveelheid zuurstof en de uitgeademde hoeveelheid kooldioxide wordt gebruikt om de verbruikte hoeveelheid energie te bepalen.

Het ademhalingsmechanisme

Het diafragma is een koepelvormige spier die tussen de buikholte en de borstholte ligt. De borstholte is een luchtdichte ruimte, die alleen via de neus en de mond met de buitenlucht in verbinding staat.

Als het diafragma zich samentrekt, plat de koepel af en worden de longen naar beneden getrokken. De borstholte wordt vergroot en er ontstaat onderdruk waardoor de lucht naar binnen stroomt. De buikorganen worden naar beneden geduwd. Bij een diepere inademing wordt de borstkas door het specifieke verloop van de ribben en de tussenribspieren ook wijder en wat opgetrokken.

Omdat de longen via de vliezen aan de hele borstkas en aan het middenrif vastzitten, volgen zij de bewegingen waarbij volumeveranderingen optreden. De longen liggen in een uitgerekte toestand in de borstkas.

Hyperventilatie

Bij zware inspanning neemt de ademfrequentie en het ademvolume toe. Je zou dit hyperventilatie kunnen noemen. Vooral bij het bereiken van de anaërobe drempel, zien we een sterk verhoogde melkzuurproductie. Door deze verzuring (verhoging van de kooldioxidespanning in het arteriële bloed) worden chemoreceptoren in het bloed geprikkeld. Hierdoor wordt via het ademcentrum in de hersenstam de longventilatie gestimuleerd. Naast deze chemische prikkeling, wordt de ademhaling ook aangezet door een verhoogde adrenalineproductie en een verhoogde lichaamstemperatuur. Ook wordt een reflexmatige beïnvloeding door middel van sensoren in de skeletspieren beschreven. Bij onderwatersporten wordt vooraf nogal eens extra gehyperventileerd. Hierdoor ontstaat een daling van de arteriële kooldioxidespanning (pCO2) waardoor de ademhalingsprikkel wordt geremd. Deze methode is niet ongevaarlijk omdat hierdoor zelfs een ademstilstand kan optreden.

Het belang van een goede ademhaling bij sportbeoefening

De ademhaling is essentieel voor het leven. We kunnen dagen zonder voedsel, uren zonder water, maar nog geen minuut buiten zuurstof. In rust, maar vooral ook bij inspanning, als veel zuurstof nodig is voor de verbrandingsprocessen, is een juiste ademhalingstechniek belangrijk.

Een juiste ademtechniek garandeert dat het totale longoppervlak bij de ademhaling wordt betrokken, waardoor een groter diffusie-oppervlak wordt bereikt. Bij allerlei bewegingspatronen die met de armen worden uitgevoerd, worden vaak de schouders te ver opgetrokken waardoor pijnlijke en gespannen nek- en schouderspieren ontstaan (elevatoren). Als bij het lopen de schoudergordel te veel wordt gefixeerd, kan daardoor een verkrampte houding ontstaan. De ademfrequentie wordt dan hoger, terwijl de ademdiepte te laag is (hijgen).

Bij het sporten past de ademhaling zich automatisch aan. Soms moet de ademhaling echter worden aangepast aan het ritme, bijvoorbeeld bij zwemmen is dit heel duidelijk.

Door de welvaart, milieuverontreiniging, te weinig buitenlucht, roken, nerveuze spanningen enz. is de zuurstofvoorziening van de organen bij de moderne mens verre van ideaal te noemen. Als daarbij nog een onjuiste, oppervlakkige ademtechniek aanwezig is, worden de orgaanfuncties even als de samenstelling van het bloed nadelig beïnvloed. Bij veel therapieën neemt een goede ademhalingstechniek daarom een belangrijke plaats in.

In rust is een goede diafragmale ademhaling van belang. Door afvlakking van het diafragma worden de buikspieren passief gerekt. Als ze niet goed ontwikkeld zijn geven ze weinig tegendruk en blijft bij de uitademing te veellucht achter in de longen. Bij inspanning moet de buikademhaling gevolgd worden door de flankademhaling en de borstademhaling. Een diepe ademhaling met een optimale verversing is dan gegarandeerd.

Buik-, flank- en borstademhaling

Buikademhaling is de ademhaling door middel van het diafragma. Als het diafragma samentrekt, plat deze spier zich af, waardoor de borstholte wordt vergroot. De buikinhoud wordt naar beneden geduwd, waardoor de buik wat opbolt.

Flankademhaling is de ademhalingsbeweging bij de flanken door middel van ribheffing. Bij inspanning worden de mm. intercostalis extemi ingeschakeld. Deze spieren trekken de ribben opzij en omhoog.

Borstademhaling is de ademhalingsbeweging via de ribben en het optrekken van de hele borstkas door de hulpademhalingsspieren. Bij een verkeerde ademhalingstechniek overheerst de borstademhaling. Dit kost veel energie in rust.