De Conconitest

De Conconitest is een methode om de anaërobe drempel te bepalen zonder bloedonderzoek. De test is gebaseerd op het verband dat er bestaat tussen inspanning en hartslag. Wanneer we vanaf een laag niveau de inspanning opvoeren, blijkt het verband met de toenemende hartslag lineair te zijn. Dit betekent, dat bij elke gelijke verhogingstrap in belasting, ook de hartslag steeds met een zelfde hoeveelheid slagen stijgt.

Wanneer we het verband tussen toenemende inspanning en oplopende hartslag in een grafiek uitzetten ontstaat een rechte lijn. Bij hogere belasting blijkt het lineaire verband doorbroken te worden. Wanneer nu de belasting wordt opgevoerd, kan het hart niet meer antwoorden met een gelijke verhoging, het raakt als het ware achterop. De spieren krijgen onvoldoende zuurstof en het lactaatgehalte loopt daardoor sterk op. Het punt waarop het lineaire verband doorbroken wordt, noemt Conconi het omslagpunt, uitgedrukt in een bepaalde hartslag. De snelheid waarmee op dat moment gelopen wordt, is de anaërobe drempelsnelheid, die bij lactaatmetingen correspondeert met een lactaatgehalte van 4 mmol/l.

De test

Hier heb je een hartslagmeter voor nodig die zowel tijd als hartslag in het geheugen kan opslaan. De test voer je uit op een 400 meter atletiekbaan.

We beginnen met 15 a 20 min inlopen. Vanuit dit inlooptempo starten we de test en drukken aan het begin de stopwatch van de hartslagmeter in. Elke 200m doorkomst markeren we in het geheugen en verhogen stapsgewijs het tempo (verhoging van de snelheid beperken tot 2sec/200m). De test wordt vanzelf beëindigd als de loper de snelheidsverhogingen niet meer volhoudt. De test zal een minuut of tien in beslag nemen.

Reken vervolgens per 200 meter je snelheid in km/uur uit en zet dit tegen je hartslag uit in een grafiek.